Nederlandse wetgeving

Artikel 118

geldend

Misdrijven tegen hoofden van bevriende Staten en andere internationaal beschermde personen

Wetboek van Strafrecht (Sr) · Titel III · Geldig vanaf 1984-05-01

Bron
1.

Opzettelijke belediging van het hoofd of een lid van de regering van een bevriende staat, in de uitoefening van zijn ambt in Nederland verblijvende, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.

2.

Met dezelfde straf wordt gestraft opzettelijke belediging van een officieel bij de Nederlandse regering toegelaten vertegenwoordiger van een bevriende staat in diens hoedanigheid.

3.

Bij veroordeling wegens een der in dit artikel omschreven misdrijven kan ontzetting van de in artikel 28, eerste lid, onder 1°-2°, vermelde rechten worden uitgesproken.