Artikel 69
geldendRechtsmiddelen · Algemene bepalingen
In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift vier weken.
In afwijking van het eerste lid, bedraagt de beroepstermijn:
één week, indien de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28:
niet in behandeling is genomen op grond van artikel 30;
niet-ontvankelijk is verklaard op grond van artikel 30a;
is afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b;
buiten behandeling is gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, onderdeel b; of
buiten behandeling is gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, onderdeel a, en het beroep zich richt tot het daarmee samenhangende terugkeerbesluit.
twee weken, indien:
de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 is ingewilligd op grond van artikel 29a;
de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 is afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31; of
de verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 is ingetrokken op grond van artikel 32.
In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht is het instellen van beroep als bedoeld in artikel 96 tegen een besluit als bedoeld in artikel 93 niet aan enige termijn gebonden. De termijn voor het instellen van het hoger beroep, bedoeld in artikel 95, bedraagt één week.
In afwijking van het eerste lid bedraagt de beroepstermijn één week, indien een overdrachtsbesluit is genomen op grond van artikel 62b.
In afwijking van het eerste lid, bedraagt de termijn voor het instellen van hoger beroep:
twee weken, in de gevallen bedoeld in het tweede lid, onderdeel a; of
vier weken, in de gevallen bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.
Het verzoek om een voorlopige voorziening, bedoeld in artikel 68, vierde lid, van de Procedureverordening, wordt ingediend binnen een week na de bekendmaking van het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag of het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in de artikelen 29 of 29a, in de gevallen, bedoeld in artikel 68, derde lid, van de Procedureverordening.
Het verzoek om een voorlopige voorziening om de uitvoering van het overdrachtsbesluit op te schorten, bedoeld in artikel 43, derde lid, van de Asiel- en migratiebeheerverordening, wordt gelijktijdig ingediend met het beroepschrift tegen een overdrachtsbesluit als bedoeld in artikel 44a, of artikel 62b. Overeenkomstig artikel 43, derde lid, van de Asiel- en migratiebeheerverordening wordt de uitvoering van een overdrachtsbesluit als bedoeld in artikel 44a of 62b niet opgeschort indien de vreemdeling geen verzoek om een voorlopige voorziening heeft ingediend.
Uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin dit artikel wordt toegepast.
Bij brief van 7 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant in kennis gesteld van zijn besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (het verlengingsbesluit).
Uitspraak op rechtspraak.nlBij besluit van 1 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.
Uitspraak op rechtspraak.nlBij besluit van 14 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat betrokkene geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.
Uitspraak op rechtspraak.nlBij besluit van 6 januari 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten (hierna: het terugkeerbesluit) en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.
Uitspraak op rechtspraak.nlBij besluiten van 2 juni 2021 en van 3 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan betrokkenen verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.
Uitspraak op rechtspraak.nl