Artikel 67
geldendVertrek, uitzetting en overdracht, inreisverbod en ongewenstverklaring · Ongewenstverklaring
Tenzij afdeling 3 van toepassing is, kan Onze Minister de vreemdeling ongewenst verklaren:
indien hij niet rechtmatig in Nederland verblijft en bij herhaling een bij deze wet strafbaar gesteld feit heeft begaan;
indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd dan wel hem terzake de maatregel als bedoeld in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht is opgelegd;
indien hij een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid en geen rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e dan wel l;
ingevolge een verdrag, of
in het belang van de internationale betrekkingen van Nederland.
Indien de bekendmaking van de beschikking, waarbij de vreemdeling ongewenst wordt verklaard, geschiedt door toezending, wordt van de beschikking mededeling gedaan in de Staatscourant.
In afwijking van artikel 8 kan de ongewenst verklaarde vreemdeling geen rechtmatig verblijf hebben.
Uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin dit artikel wordt toegepast.
Bij besluit van 16 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van de vreemdeling om opheffing van haar ongewenstverklaring afgewezen.
Uitspraak op rechtspraak.nlBij besluit van 21 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van de vreemdeling om opheffing van zijn ongewenstverklaring afgewezen.
Uitspraak op rechtspraak.nlBij besluit van 15 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van de vreemdeling om opheffing van zijn ongewenstverklaring afgewezen.
Uitspraak op rechtspraak.nlBij besluit van 24 december 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van de vreemdeling om opheffing van zijn ongewenstverklaring afgewezen.
Uitspraak op rechtspraak.nlBij besluiten van 4 mei 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken op grond van artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap en hem ongewenst verklaard op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c en e, van de Vw 2000. [appellant] is geboren op [geboortdatum] 1987 in Marokko en heeft bij Koninklijk Besluit van [datum] 2004 het Nederlanderschap verkregen. Op 10 december 2015 is [appellant] uitgeschreven uit de basisregistratie personen wegens vertrek uit Nederland. In de besluiten heeft de staatssecretaris het Nederlanderschap van [appellant] op grond van artikel 14, vierde lid, van de RWN ingetrokken, met als reden dat hij zich heeft aangesloten bij een organisatie die deelneemt aan een nationaal of internationaal gewapend conflict en hij een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid. Deze uitspraak gaat over de intrekking van het Nederlanderschap en over de ongewenstverklaring.
Uitspraak op rechtspraak.nl