Nederlandse wetgeving

Artikel 64

geldend

Vertrek, uitzetting en overdracht, inreisverbod en ongewenstverklaring · Uitzetting en overdracht

Vreemdelingenwet 2000 · Hoofdstuk 6 · Afdeling 2 · Geldig vanaf 2001-04-01

Bron

Uitzetting blijft achterwege zolang het gelet op de gezondheidstoestand van de vreemdeling of die van een van zijn gezinsleden niet verantwoord is om te reizen.

Uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin dit artikel wordt toegepast.

2026-07-08 · ECLI:NL:RVS:2026:3863

Bij besluiten van 6 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan betrokkenen verleende verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd ingetrokken. Betrokkenen vormen een gezin van twee ouders met hun twee meerderjarige dochters. Zij hebben de Iraanse nationaliteit. De minister heeft aan de moeder en de twee dochters op 7 augustus 2017 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000, omdat hij geloofwaardig achtte dat zij bekeerd zijn. De vader is zijn gezin later nagereisd en de minister heeft aan hem op 29 maart 2018 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, tweede lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000. In de besluiten van 6 mei 2022 heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat betrokkenen met behulp van de juridisch adviseur valse verklaringen hebben afgelegd. Deze uitspraak gaat over de vraag of de minister de vergunningen mocht intrekken en hoe een herbeoordeling in een geval als dit moet plaats vinden.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2026-07-01 · ECLI:NL:RVS:2026:3812

Bij besluit van 11 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Betrokkenen zijn een vader en moeder en hun drie kinderen met de Armeense nationaliteit. De hoofdpersoon en haar zusje zijn geboren op [geboortedatum] 2003 en [geboortedatum] 2004 in Armenië. In 2014 zijn zij samen met hun ouders naar Nederland gekomen. In Nederland is op 4 april 2018 hun broertje geboren. In 2014, 2016 en 2017 hebben betrokkenen asielaanvragen ingediend die niet hebben geleid tot de door hen beoogde verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de vader van 9 september 2015 tot 30 oktober 2015 uitstel van vertrek verleend krachtens artikel 64 van de Vw 2000. In 2016 en 2018 heeft de vader opvolgende aanvragen ingediend voor uitstel van vertrek die niet hebben geleid tot dat door hem beoogde uitstel. De moeder heeft in 2015 tevergeefs verzocht om uitstel van vertrek.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2026-06-04 · ECLI:NL:RVS:2026:3118

Bij besluit van 17 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2026-05-22 · ECLI:NL:RVS:2026:2859

Bij besluit van 25 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2026-05-21 · ECLI:NL:RVS:2026:2843

Bij besluit van 17 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, niet in behandeling genomen.

Uitspraak op rechtspraak.nl