Nederlandse wetgeving

Artikel 62a

geldend

Vertrek, uitzetting en overdracht, inreisverbod en ongewenstverklaring · Vertrek

Vreemdelingenwet 2000 · Hoofdstuk 6 · Afdeling 1 · Geldig vanaf 2011-12-31

Bron
1.

Onze Minister stelt de vreemdeling, niet zijnde gemeenschapsonderdaan, die niet of niet langer rechtmatig verblijf heeft, schriftelijk in kennis van de verplichting Nederland uit eigen beweging te verlaten en van de termijn waarbinnen hij aan die verplichting moet voldoen, tenzij:

a.

reeds eerder een terugkeerbesluit tegen de vreemdeling is uitgevaardigd en aan de daaruit voortvloeiende terugkeerverplichting niet is voldaan,

b.

de vreemdeling in bezit is van een door een andere lidstaat afgegeven geldige verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf, of

c.

de vreemdeling door een andere lidstaat van de Europese Unie wordt teruggenomen op grond van een op 13 januari 2009 geldende bilaterale of multilaterale overeenkomst of regeling.

2.

De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, geldt als terugkeerbesluit en kan tevens een inreisverbod inhouden.

3.

De vreemdeling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt opgedragen zich onmiddellijk naar het grondgebied van de betrokken lidstaat te begeven. Indien dit bevel niet wordt nageleefd of indien om redenen van openbare orde of nationale veiligheid het onmiddellijke vertrek van vreemdeling is vereist, wordt tegen de vreemdeling een terugkeerbesluit uitgevaardigd.

Uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin dit artikel wordt toegepast.

2026-03-17 · ECLI:NL:RVS:2026:1494

Bij besluit van 3 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, hem opgedragen om Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2025-11-03 · ECLI:NL:RVS:2025:5261

Bij besluiten van 12 juli 2025 heeft de minister appellant opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Bij besluiten van 5 augustus 2025 heeft de minister appellant opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Bij uitspraak van 14 augustus 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard en het terugkeerbesluit en inreisverbod van 5 augustus 2025 vernietigd.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2025-04-16 · ECLI:NL:RVS:2025:1529

Bij besluit van 24 augustus 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid betrokkene opgedragen om de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Betrokkene is op [geboortedatum] 1993 geboren in Nederland. Hij heeft toen via zijn ouders de Turkse nationaliteit verkregen. Op 17 januari 1995 heeft hij samen met zijn vader het Nederlanderschap verkregen. Hij heeft de Turkse nationaliteit toen behouden.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2025-01-16 · ECLI:NL:RVS:2025:74

Bij besluit van 9 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2024-12-18 · ECLI:NL:RVS:2024:5258

Bij besluit van 20 september 2018 heeft de minister van Asiel en Migratie de aan vreemdeling 1 verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken, de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd. Deze uitspraak gaat in de eerste plaats over de vraag of een terugkeerbesluit kan worden uitgevaardigd tegen een vreemdeling van wie weliswaar is vastgesteld dat hij illegaal in Nederland verblijft, maar die door de tenuitvoerlegging van een langdurige of levenslange gevangenisstraf niet vrijwillig aan zijn terugkeerverplichting kan voldoen en voor een lange periode niet fysiek uit Nederland en de Europese Unie kan worden verwijderd. Daarnaast zal aan de orde komen of op het uitvaardigen van een terugkeerbesluit het evenredigheidsbeginsel van toepassing is. Vreemdeling 1 heeft de Azerbeidzjaanse nationaliteit. Hij is op 19 januari 2015 onherroepelijk veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf wegens meervoudige moord en doodslag, gepleegd in de periode van 12 mei 2011 tot 20 mei 2011. Vreemdeling 1 verblijft sinds 2011 in strafrechtelijke detentie.

Uitspraak op rechtspraak.nl