Nederlandse wetgeving

Paragraaf C9/19

geldend

Het asielbeleid ten aanzien van Jemen · Landgebonden beleid

Vreemdelingencirculaire 2000 (C) · Hoofdstuk C9 · Geldig vanaf 2026-07-08

Bron

19.1 Besluitmoratorium

Geen bijzonderheden.

19.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag

Geen bijzonderheden.

19.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)

19.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc

Geen bijzonderheden.

19.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc

De IND merkt voor Jemen uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:

•.

muhammasheen;

•.

christenen;

•.

baha’i;

•.

LHBTIQ+;

•.

journalisten, activisten en personen die actief zijn in de politiek; en

•.

alleenstaande vrouwen en vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt te vrezen voor gender-gerelateerd geweld.

19.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)

19.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc

19.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc

Geen bijzonderheden.

19.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc

Geen bijzonderheden.

19.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc

De IND neemt voor Jemen aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de provincies Abyan, Aden, Al Bayda, Al Dhale, Al Hudayda, Al Jawf, Ibb, Lahj, Marib, Sa’da, Sana’a (stad), Sana’a (provincie), Shabwa en Taiz.

De IND neemt voor Jemen aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de provincies Al Mahwit, Amran, Dhamar, Hajjah en Raymah.

Voor de overige provincies Al Mahra, Hadramaut en Socotra geldt dat er geen sprake is van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. De IND toetst met betrekking tot de laatstgenoemde drie provincies niet op basis van individuele omstandigheden of de vreemdeling een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.

19.5 Bescherming

19.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)

De IND neemt voor vreemdelingen afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.

19.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)

De IND neemt voor Jemen in beginsel een binnenlands beschermingsalternatief aan in de provincies Al Mahra en Hadramaut voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit de provincies Abyan, Aden, Al Bayda, Al Dhale, Al Hudayda, Al Jawf, Ibb, Lahj, Marib, Sa’da, Sana’a (stad), Sana’a (provincie), Shabwa, Taiz, Al Mahwit, Amran, Dhamar, Hajjah en Raymah, en die enkel een reëel risico lopen op ernstige schade vanwege het willekeurige geweld in deze regio’s in de zin van paragraaf C3/3.3.3.3 Vc.

19.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen

De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.

Voor Jemen geldt in zijn algemeenheid dat:

•.

algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn; en

•.

de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.

Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.

19.7 Vertrekmoratorium

Geen bijzonderheden.