Paragraaf B8/1
geldendInleiding · Humanitair tijdelijk
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen voor vreemdelingen die in Nederland willen verblijven op tijdelijke humanitaire gronden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende verblijfsdoelen:
eergerelateerd en huiselijk geweld;
slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel;
vreemdelingen die buiten hun schuld niet uit Nederland kunnen vertrekken;
niet-begeleide minderjarige vreemdelingen die buiten hun schuld niet uit Nederland kunnen vertrekken;
remigratie op grond van artikel 8 Remigratiewet;
overgangsrecht naar aanleiding van wijziging beleid voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen per 1 juni 2013;
verblijf in afwachting van een verzoek ex artikel 17 RWN;
medische behandeling;
verwesterde schoolgaande minderjarige vrouwen;
plaatsing in een pleeggezin of instelling in Nederland op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996;
verblijf van vreemdelingen die zich in de terminale fase van een ziekte bevinden;
verblijf als minderjarige vreemdeling met een kinderbeschermingsmaatregel;
verblijf als beschermde getuige in beschermingsprogramma van de Politie Landelijke Eenheid;
mensenrechtenverdedigers.
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de artikelen 3.6, 3.46, 3.48, 3.49, 3.99a, 3.102b, 6.1c en 6.1d Vb.