Nederlandse wetgeving

Paragraaf A3/1

geldend

Inleiding · Vertrek en uitzetting

Vreemdelingencirculaire 2000 (A) · Hoofdstuk A3 · Geldig vanaf 2026-06-12

Bron

In hoofdstuk drie zijn beleidsregels opgenomen over onder meer het vertrek en de uitzetting van de vreemdeling. Deze regels zijn deels ook van toepassing op EU-/EER onderdanen en Zwitserse onderdanen, evenals de familieleden als bedoeld in artikel 8.7, tweede en derde, Vb en de vreemdelingen als bedoeld in artikel 8.7, vierde lid, Vb, die geen rechtmatig verblijf (meer) hebben.

De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen:

•.

artikel 61 tot en met artikel 66a Vw;

•.

artikel 6.1 tot en met artikel 6.5 VV;

•.

artikel 3.1 Vb;

•.

artikel 6.1a tot en met 6.4 Vb.

1.1 Terugkeerbesluit

1.1.1 Inleiding

Een terugkeerbesluit is een besluit waarin wordt vastgesteld dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf (meer) heeft in Nederland en waaruit de plicht blijkt om de lidstaten van de EU (met uitzondering van Ierland) aangevuld met Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein (hierna: de lidstaten) te verlaten binnen de daarvoor genoemde termijn naar het land van terugkeer.

Een terugkeerbesluit kan enkel tegen een onderdaan van een derde land worden uitgebracht.

1.1.2 Elementen terugkeerbesluit

Een terugkeerbesluit bevat de volgende elementen:

a.

de vaststelling dat een vreemdeling niet (langer) rechtmatig in Nederland verblijft;

b.

de plicht om de lidstaten van de EU (met uitzondering van Ierland) aangevuld met Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein te verlaten;

c.

de termijn waarbinnen de vreemdeling aan zijn vertrekplicht moet voldoen; en

d.

het benoemen van het land/de landen waarnaar de vreemdeling moet terugkeren voor zover dat land/die landen bekend is/zijn.

Ad a.

Er dient te zijn vastgesteld dat een vreemdeling niet (meer) rechtmatig in Nederland verblijft. Specifiek voor vreemdelingen die een aanvraag om een verblijfsvergunning hebben ingediend geldt het volgende. Bij een afwijzing, een buitenbehandelingstelling, het intrekken of het niet verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning wordt vastgesteld dat er geen sprake (meer) is van rechtmatig verblijf. Dan wordt aan de voorwaarde voor element a voldaan. Tenzij er nog een andere aanvraagprocedure in eerste aanleg loopt waarvan de uitkomst in Nederland mag worden afgewacht. In dat geval wordt (nog) niet aan de voorwaarde voldaan en kan er (nog) geen terugkeerbesluit worden genomen.

Ad b.

Een vreemdeling met een terugkeerbesluit voldoet niet aan zijn terugkeerverplichting als hij vertrekt naar een andere lidstaat. Ook niet als hij daar rechtmatig verblijf heeft. De vreemdeling voldoet alleen aan de terugkeerverplichting als hij het grondgebied van de lidstaten verlaat.

Ad c.

Voor de termijnen die gelden wordt verwezen naar paragraaf A3/3 Vc.

Ad d.

Een land van terugkeer kan zijn:

•.

het land van herkomst van de vreemdeling (voor een staatloze vreemdeling het land van gebruikelijke woonplaats);

•.

een land van doorreis op basis van communautaire of bilaterale overnameovereenkomsten of andere regelingen, waaronder begrepen het land waarnaar de vreemdeling kan terugkeren op basis van een removal order; of

•.

een ander derde land waarnaar de vreemdeling vrijwillig terug wil keren en waar de vreemdeling wordt toegelaten.

In een terugkeerbesluit benoemt de IND, KMar, AVIM of Zeehavenpolitie een of meerdere landen van terugkeer. Als het gestelde herkomstland niet aannemelijk is, benoemt de IND, KMar, AVIM of Zeehavenpolitie zowel dat herkomstland als de landen waarvoor aanwijzingen bestaan dat deze landen van terugkeer kunnen zijn.

Het gevolg van een terugkeerbesluit is dat de vreemdeling gesignaleerd wordt in het Schengeninformatie Systeem inzake terugkeer overeenkomstig paragraaf A2/12 Vc.

1.1.3 Bevoegdheid nemen terugkeerbesluit

De IND neemt een terugkeerbesluit:

•.

bij een afwijzing of het buiten behandeling stellen van de aanvraag;

•.

bij de intrekking of het niet verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning;

•.

als de vreemdeling zijn aanvraag intrekt; of

•.

als de IND op advies van de AVIM, Zeehavenpolitie en KMar een zwaar

inreisverbod aan een vreemdeling oplegt zonder dat er een aanvraag is ingediend.

De KMar, AVIM of Zeehavenpolitie neemt een terugkeerbesluit als na onderzoek is gebleken dat de vreemdeling niet rechtmatig in Nederland is en zowel Nederland als de lidstaten moet verlaten. Zie paragraaf A3/2 Vc in het geval de vreemdeling verblijfsrecht heeft in een andere lidstaat.

De IND, KMar, AVIM of Zeehavenpolitie neemt een aanvullend terugkeerbesluit als:

•.

er in het eerder genomen terugkeerbesluit geen land van terugkeer is genoemd; of

•.

als in de terugkeerprocedure blijkt naar welk land een vreemdeling kan terugkeren, maar dat land niet is genoemd in het eerdere terugkeerbesluit.

In het aanvullend terugkeerbesluit worden een of meerdere landen van terugkeer toegevoegd. Tegen het aanvullend terugkeerbesluit staan rechtsmiddelen open.

De IND, KMar, AVIM of Zeehavenpolitie neemt geen terugkeerbesluit als:

a.

er eerder een rechtsgeldig terugkeerbesluit is uitgebracht terwijl de vreemdeling nog niet heeft voldaan aan zijn vertrekverplichting die is opgenomen in het terugkeerbesluit;

b.

de IND de aanvraag heeft afgewezen, maar er nog een andere aanvraag in Nederland loopt die procedureel rechtmatig verblijf geeft, waarop nog niet in eerste aanleg is beslist;

c.

de vreemdeling een niet-begeleide minderjarige is en zolang niet is vastgesteld dat er adequate opvang aanwezig is in het land van terugkeer (zie paragraaf A3/6.1 en B8/6.1 Vc) (zie artikel 5 Terugkeerrichtlijn: belang van het kind);

d.

er is vastgesteld dat familie-, gezins- of privéleven in de zin van artikel 8 EVRM zich verzet tegen het nemen van een terugkeerbesluit;

e.

er is vastgesteld dat de vreemdeling in het land van terugkeer een risico loopt op vervolging, zoals bedoeld in artikel 29 Vw of een reëel risico loopt op ernstige schade, zoals bedoeld in artikel 29a Vw;

f.

er is vastgesteld dat er sprake is van een risico op schending van artikel 3 EVRM als gevolg van de gezondheidstoestand van de vreemdeling bij uitzetting naar het land van terugkeer (artikel 5 Terugkeerrichtlijn);

g.

als een overdrachtsbesluit ingevolge de Asiel- en Migratiebeheerverordening is genomen; of

h.

de vreemdeling valt onder het toepassingsbereik van Richtlijn 2004/38 (burger van de Europese Unie of familielid van de burger van de Europese Unie).