Nederlandse wetgeving

Paragraaf A2/3

geldend

Onderzoek identiteit en verblijfsstatus en toepassing screeningsverordening · Toezicht

Vreemdelingencirculaire 2000 (A) · Hoofdstuk A2 · Geldig vanaf 2026-06-12

Bron

In artikel 4.21 Vb worden de bewijsmiddelen genoemd waarmee personen zich in Nederland op grond van artikel 50, eerste lid, Vw kunnen identificeren. Het visum waarvan sprake is in artikel 4.21, eerste lid, onder e, Vb moet een geldig visum zijn.

Het onderzoeken van kleding of zaken van de opgehouden persoon of het onderzoek verrichten aan het lichaam mag alleen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:

•.

het onderzoek wordt verricht door een ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen;

•.

andere manieren hebben niet geleid tot het vaststellen van de identiteit en de verblijfsrechtelijke positie van de opgehouden persoon.

De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van de opgehouden persoon alle volgende handelingen verrichten:

•.

de vreemdeling voorbereiden op elektronische afname van vingerafdrukken op de Identiteitszuil (de Basis Voorziening Identiteitsvaststelling – BVID);

•.

de instructies volgen volgens de gekozen categorie ‘Vreemdelingen’ op de identiteitszuil;

•.

de uitvoering van de identiteitsvaststelling met de identiteitszuil;

•.

de resultaten opvolgen die voortkomen uit de door de identiteitszuil geraadpleegde systemen;

•.

vaststellen of de vreemdeling valt onder de werking van de Screeningsverordening;

•.

het EES raadplegen om de vreemdeling aan de hand van biometrische gegevens te identificeren en aan de hand van de in- en uitreisnotities de verblijfsrechtelijke positie vast te stellen; en

•.

voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding moet voor een aantal nationaliteiten vingerafdrukken met papier en inkt afgenomen worden. Hiervoor moet het speciaal daarvoor bedoelde formulier voor vingerafdrukken worden gebruikt (het Dactyloscopisch Formulier Identiteitsonderzoek). Op dit formulier mogen geen identiteitsgegevens vermeld worden of een verwijzing naar de verblijfshistorie van de vreemdeling vermeld staan.

Voor zover de vreemdeling onder de werking van de Screeningsverordening valt, wordt voor het screeningsproces verwezen naar paragraaf A1/xxx Vc.

De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen neemt contact op met het Nationaal Coördinatiecentrum Eurosur, als de vreemdeling stelt in het bezit te zijn van een verblijfsvergunning uit een andere lidstaat van de Europese Unie, Europese Economische Ruimte of uit Zwitserland, om dit te verifiëren.

De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de gegevens in de BVV en EES raadplegen om te beoordelen of een terugkeerbesluit moet worden genomen (model M107-A) tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft.

Als de vreemdeling stelt minderjarig te zijn maar dit niet met bewijsmiddelen kan onderbouwen, kan de ambtenaar belast met de grensbewaking, dan wel de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen, een leeftijdsindicatie uitvoeren.

De leeftijdsindicatie bestaat uit twee sessies die de volgende samenstelling hebben:

•.

één sessie met één ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen; en

•.

één sessie met één ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die tevens hulpofficier van justitie is, of door de ambtenaar van politie of van de KMar die daartoe is aangewezen door de korpschef, respectievelijk de Commandant der KMar.

De ambtenaren beoordelen per sessie onafhankelijk van de andere sessie of er sprake is van evidente:

•.

meerderjarigheid op basis van uiterlijke kenmerken en verklaringen van de vreemdeling die stelt minderjarig te zijn; en

•.

minderjarigheid op basis van uiterlijke kenmerken en verklaringen van de vreemdeling die stelt meerderjarig te zijn.

Er moet unaniem, in beide sessies, geoordeeld zijn dat sprake is van evidente meerder- of minderjarigheid.

Als de betrokken ambtenaren tot evidente meerderjarigheid concluderen, wordt niet van de door de vreemdeling opgegeven leeftijd uitgegaan en wordt de vreemdeling als meerderjarig geregistreerd, tenzij de vreemdeling de minderjarige leeftijd alsnog met voldoende bewijsmiddelen ondersteunt. Als de ambtenaren tot evidente minderjarigheid concluderen, wordt van de opgegeven leeftijd uitgegaan.

De ambtenaren belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen zorgen ervoor dat de conclusie van de leeftijdsindicatie wordt opgenomen in het dossier van de vreemdeling.

Bij de beoordeling worden alle volgende aspecten van de vreemdeling betrokken:

•.

het uiterlijk;

•.

het gedrag;

•.

de verklaringen; en

•.

eventuele andere relevante omstandigheden.