Nederlandse wetgeving

Artikel 3b

geldend

Publieke mediadiensten · Landelijke publieke mediadienst

Mediabesluit 2008 · Hoofdstuk 2 · Afdeling 1 · Geldig vanaf 2010-11-04

Bron
1.

Bij de evaluatie van elke afzonderlijke landelijke publieke media-instelling betrekt de evaluatiecommissie de wijze waarop deze instelling heeft bijgedragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht door het aanbieden van media-aanbod dat:

a.

evenwichtig, pluriform, gevarieerd en kwalitatief hoogstaand is en zich tevens kenmerkt door een grote verscheidenheid naar vorm en inhoud;

b.

op evenwichtige wijze een beeld van de samenleving geeft en de pluriformiteit van onder de bevolking levende overtuigingen, opvattingen en interesses op maatschappelijk, cultureel en levensbeschouwelijk gebied weerspiegelt;

c.

gericht is op en een relevant bereik heeft onder zowel een breed en algemeen publiek als bevolkings- en leeftijdgroepen van verschillende omvang en samenstelling met in het bijzonder aandacht voor kleine doelgroepen;

d.

onafhankelijk is van commerciële invloeden en, behoudens het bepaalde bij of krachtens de wet, van overheidsinvloeden;

e.

voldoet aan hoge journalistieke en professionele kwaliteitseisen; en

f.

voor iedereen toegankelijk is.

2.

Bij de evaluatie van elke afzonderlijke landelijke publieke media-instelling betrekt de evaluatiecommissie voorts de wijze waarop deze instelling heeft bijgedragen aan het volgen en stimuleren van technologische ontwikkelingen en het benutten van de mogelijkheden om media-aanbod aan het publiek aan te bieden via nieuwe media- en verspreidingstechnieken.

3.

Bij de evaluatie, bedoeld in het eerste en tweede lid, betrekt de evaluatiecommissie de wijze waarop deze instelling heeft bijgedragen aan realisering van doelstellingen voor het media-aanbod en het publieksbereik van het concessiebeleidsplan, bedoeld in artikel 2.20 van de wet, en van de prestatieovereenkomst, bedoeld in artikel 2.22 van de wet.