Nederlandse wetgeving

Artikel 12

geldend

Algemene wet op het binnentreden · § 3 · Geldig vanaf 1994-10-01

Bron

In de gevallen waarin het binnentreden van plaatsen krachtens een wettelijke voorschrift is toegelaten, geschiedt dit buiten het geval van ontdekking op heterdaad niet:

a.

in de vergaderruimten van de Staten-Generaal, van de staten van een provincie, van de raad van een gemeente of van enig ander algemeen vertegenwoordigend orgaan, gedurende de vergadering;

b.

in de ruimte bestemd voor godsdienstoefeningen of bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, gedurende de godsdienstoefening of bezinningssamenkomst;

c.

in de ruimten waarin terechtzittingen worden gehouden, gedurende de terechtzitting.