Nederlandse wetgeving

Artikel 68

geldend

Vertrek, uitzetting en overdracht, inreisverbod en ongewenstverklaring · Ongewenstverklaring

Vreemdelingenwet 2000 · Hoofdstuk 6 · Afdeling 4 · Geldig vanaf 2001-04-01

Bron
1.

Onze Minister kan op aanvraag van de vreemdeling besluiten tot opheffing van de ongewenstverklaring.

2.

De ongewenstverklaring wordt opgeheven indien de vreemdeling tien jaren onafgebroken buiten Nederland verblijf heeft gehad en zich in die periode geen van de gronden, bedoeld in artikel 67, eerste lid, hebben voorgedaan.

3.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de toepassing van deze afdeling.

Uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin dit artikel wordt toegepast.

2023-06-01 · ECLI:NL:RVS:2023:2138

Bij besluit van 24 december 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van de vreemdeling om opheffing van zijn ongewenstverklaring afgewezen.

Uitspraak op rechtspraak.nl