Paragraaf A5/7
geldendDe behandeling van het beroep · Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
De IND stuurt onverwijld na bekendmaking van het besluit tot het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel of het besluit tot verlenging van een vrijheidsontnemende maatregel een kennisgeving aan de rechtbank. Deze kennisgeving geldt als beroep tegen het besluit tot oplegging dan wel verlenging van de vrijheidsontnemende maatregel.
Indien het beroep tegen het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregel of het voortduren daarvan ongegrond is verklaard dan wel indien het beroep niet ongegrond is verklaard maar de vrijheidsontnemende maatregel desondanks nog voortduurt, stuurt de IND telkens uiterlijk achtenzestig dagen na de dagtekening van de uitspraak van de rechtbank een kennisgeving aan de rechtbank. Deze kennisgeving geldt als (vervolg)beroep tegen het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel.
De vreemdeling kan ook altijd zelf een (vervolg)beroep als bedoeld in artikel 96 Vw instellen bij de rechtbank tegen het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel.
DTenV stuurt uiterlijk op dag drie na indiening van het beroep (voortgangs)gegevens met betrekking tot de uitzetting naar de IND via een procesverwijzing in de BVV.
Als uit de uitspraak van de rechtbank op het beroep blijkt dat de vreemdelingenbewaring moet worden opgeheven, informeert de IND direct de DTenV. Hierbij overlegt de IND zo nodig met de DTenV in verband met het in te dienen hoger beroep of het verzoek om een voorlopige voorziening.
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV heft de vreemdelingenbewaring op met gebruikmaking van het model M113. Hiertoe richt deze ambtenaar een schriftelijk verzoek om invrijheidstelling aan de directeur van de justitiële inrichting, vergezeld van een model M113. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV zendt een afschrift van model M113 naar de DTenV.